Inleiding
Velen zeggen: "Nordic walking? Dat is gewoon lopen met stokken". Het is inderdaad lopen met 2 stokken. Iedereen kan het, maar om de voordelen van het "Nordic Walking" optimaal te benutten, komt er iets meer bij kijken dan "gewoon" lopen.
Geschiedenis:
Eigenlijk werd in Finland in de jaren `50 deze vorm van training al bedreven door de Finse langlaufploeg. Zij konden in de zomer op deze manier toch effectief doortrainen. Echter pas in 1997 kwam er iemand op het idee om deze training de naam "Nordic Walking" te geven. Of in het Fins:"Sauvakävely". Al in het jaar 2000 was "Nordic Walking" in Finland volkssport nummer 1. Vanaf die tijd is het "Nordic Walking" ook in de rest van Europa in opkomst.

Wat zijn de voordelen?
Het gebruik van stokken vermindert het gewicht op knieën en andere gewrichten. Dit is gunstig ten aanzien van arthrose (gewrichtsslijtage).
Vele spiergroepen zijn actief. Het is dus een totale lichaamstraining. (onderarmspieren, schouderspieren, borstspieren grote rugspieren, buikspieren etc.)
Kan pijn- en spierspanning in schouder/nekregio verminderen. Uit onderzoeken blijkt een preventief effect op KANS (voorheen RSI genoemd)
De beweeglijkheid van nek en van de verdere wervelkolom wordt verbeterd.
Door grotere staplengte wordt de mobiliteit van bijvoorbeeld de heupen volledig benut. Hierdoor worden ook de ketens van spieren beter geactiveerd die zorgen voor stabiliteit van onderrug en bekken.
Er is sprake van een goede doorbloeding van de armen/handen door het bewegingsverloop van de armen.
De hartslag is 5-17 slagen per minuut hoger dan bij gewoon wandelen. Dat betekent dus ongeveer een toename van 13%, wat de training conditioneel effectiever kan maken.
Het energieverbruik neemt met een gemiddelde van 20% toe, vergeleken met wandelen zonder stokken. Dit effect kan zelfs oplopen tot 46% (Cooper Institute research, Research Quarterly for Exercise and Sports 2002 publication) Waar bij normaal wandelen 280 calorieën verbrand worden, kan dit bij "Nordic Walking" oplopen tot 400 calorieën. Echter het gevoel van inspanning wordt als niet veel zwaarder ervaren.

Techniek:
Er zijn zeker tien verschillende looptechnieken mogelijk.
De basistechniek is de "diagonaalpas". Dit is te zien als het gewone lopen. Een stok wordt hierbij steeds tegelijk met de andere voet in de grond gezet en vervolgens met een lichte duwbeweging volledig naar achter weggedrukt. Hierdoor wordt het bovenlichaam steeds naar voren geduwd.
Het bovenlichaam moet hierbij steeds iets naar voren gebogen zijn, afhankelijk van de loopsnelheid.
Er wordt een draai/rotatiebeweging gemaakt met de romp.
De hand die voor is, is gesloten en grijpt de stok.
De hand die in beweging is naar achter, laat de stok helemaal los.
De druk op de stok verloopt dan via de speciale handlus die aan het handvat van de stok bevestigd is.